Hi!

Dank je wel dat je mijn blog leest. Mijn naam is Sharon en ik wil graag waarde aan je leveren door mijn ervaringen met je te delen. Blogs over lijfgericht werken, systemisch werk, manifesteren en het beste uit jezelf en je business halen. Vergeet je niet in te schrijven om op de hoogte te blijven van mijn nieuwe blogs!

Inschrijven nieuwsbrief

Why it all starts with the perfect morning coffee...

Het is pauze en ik zet wat muziek op. Terwijl iedereen koffie gaat halen, blijft hij nog even zitten. Ik zie aan hem dat hem wat op het hart ligt. Hij is naar deze training gekomen omdat hij zoekende is naar een beter contact met zijn collega’s.

Voor mij zit een jongeman met een ingehouden spanning. Alsof hij zichzelf onttrekt aan wat er voor hem afspeelt maar het wel vanaf een afstandje bekijkt. Zijn blik wisselt af tussen verdrietig en boos en zijn ademhaling is hoog en kort. Hij lacht vriendelijk maar is op zijn hoede. Weinig woorden hebben hem begeleid de afgelopen dagen. We hebben al intense dagen achter de rug, maar daarin bleef hij op de achtergrond. En daar op de achtergrond was hij hard aan het werk. Alleen.

Ik zeg hem “wat mooi wat je gisteren aan het einde van de dag hebt gedeeld”. Je zei “ik kom erachter dat ik niemand vertrouw en toe wil laten”. “Wil je er wat meer over vertellen?”

“Ik vertrouw niemand en ik ben heel resoluut”, zegt hij stellig. “Het is alles of niets”. “Precies zoals je het nu vertelt”, bedoel je?
Zijn verlegen houding veranderd. Zijn kin wat omhoog en schouders wijd. “Wanneer een relatie of vriendschap over is, dan is het helemaal over en dan kijk ik niet meer om”. “Terwijl de ander nog contact wil, hoeft dat voor mij niet meer”. “Klaar is klaar”, zegt hij dan.

“Wat vind jij een mooi lied” vraag ik hem? “Voorbij”, zegt hij direct. Ik zet het nummer op en het verrast mij. “Een mooi gevoelig nummer”, zeg ik hem.

‘Ik voel je waar ik ook ben, zo tastbaar, zo dichtbij’, “Je bent eigenlijk nooit weggeweest, als een schaduw volg je mij’.

Ik vraag hem waar dit nummer hem brengt. “Bij mijn verdriet”, zegt hij. “Zo verwerk ik verdriet”, herhaalt hij voor zichzelf. Het raakt mij. Voor het eerst mag ik hem echt even zien.

“Wanneer heb je besloten dat niemand je meer zou kwetsen”, vraag ik hem. “Ik weet het niet” zegt hij. “Laat ik het je anders vragen”, zeg ik. “Wie heeft ook afscheid van jou genomen en nooit meer omgekeken naar jou”, vraag ik hem zacht. Zijn blik verzacht en zijn ogen dwalen af naar beneden. “Mijn vader”, zegt hij. “Dus deze tranen zijn eigenlijk voor jouw vader?”, vraag ik hem. Ik zie dat het hem zwaar valt om deze eer aan zijn vader te geven. Maar dapper zegt hij, “dat denk ik wel”. “Toen ik heel jong was ging hij er vandoor”. “Daarna heb ik hem zelden meer gezien”.

“En het gemis is groot”, klopt dat? “Ja”, zegt hij met te neer geslagen ogen. “En het verlangen nog zo veel groter”, zeg ik hem. Dan raakt hij wat geïrriteerd. “Mijn moeder moest alles alleen doen”. “Ze zorgde voor ons”. “Ze deed alles voor ons”. “Terwijl mijn vader doodleuk vertrok naar zijn thuisland en ons nooit meer een blik waardig heeft gegund”.

“Wat zal jij als kind veel vragen hebben gehad”, zeg ik hem. “Wat was de belangrijkste vraag die je aan hem wilde stellen?”, vraag ik hem. “Waarom wilde je niet bij ons zijn?”, zegt hij.

“Ergens lijk je ook wel een beetje op hem”, zeg ik hem. Vragend kijkt hij mij aan. “Zie je de overeenkomst met jouw relaties en je vader?” vraag ik hem. Geschrokken kijkt hij mij aan. Tranen lopen over zijn wangen”. “Ik draai mij ook om en kijk ook niet meer terug”, zegt hij met een ademhaling die stokt. En terwijl zijn lichaam zich aanspant komt er ook een ontspanning in zijn gezicht. Het lijkt alsof hij thuis is gekomen. Thuis bij zijn vader. “Ergens op een moment heb jij de plek van je vader ingenomen”, zeg ik. “Zijn verraad werd jouw verraad ter ere van hem”.

“Leeft je vader nog?” vraag ik hem. “Ja, hij woont nog in Zweden”. “Wat zou je hem willen zeggen?”, vraag ik hem. “Dat weet ik niet, en het maakt niet uit want hij wil mij toch niet zien of spreken”. “Weet je dat zeker”, vraag ik hem? “Nee”, zegt hij. Hij maakt zichzelf kleiner en ineens zie ik het kind in hem die zo op zoek is naar zijn vader. Ik vertel hem dat we als kind in ons beste kunnen een besluit maken. Maar dat dit besluit 20 jaar later een ander besluit mag zijn.

“Laten we een oefening samen doen”. Ik vraag een andere deelnemer voor hem te gaan zitten en zijn hand uit te steken naar hem en zijn wang aan te raken. “Laat je maar raken” en voel in je lijf wat er gebeurt”, zeg ik hem. Een rust valt als een deken over hem heen. Zijn kaken ontspannen en zijn lijf ontspant mee. “Voel maar hoe het is om door liefdevolle handen te worden aangeraakt”. “Door echt gezien te worden”. “En reik nu je hand eens uit naar de ander, je vader”. “Hoe groot is jouw verlangen?”

Als hij tijdens de volgende oefeningen meer aanwezig is vraag ik hem hoe het nu voelt om plek in te nemen en in contact te staan met zijn mede deelnemers. “Goed”, zegt hij met een trots en opgelaten gezicht. “Je vertelde mij dat je hier was omdat je niet goed in contact kon staan met jouw collega’s”. “En dat het je eigenlijk niet zo interesseerde wat anderen te zeggen hadden”. “Een mooi voorbeeld van hoe je vader dat met jou deed”. “Durf je zijn pad los te laten en je eigen pad te kiezen? ” vraag ik hem.

“Ik denk dat het tijd is” zegt hij.

Ik geef hem de opdracht om een brief te schrijven aan zijn vader. Een brief waarin hij zijn verlangens en gemis omschrijft en alles wat het kleine jongetje al die tijd zo graag wilde vertellen.

Slikkend pakt hij de opdracht aan, “mooi maar wel spannend”, zegt hij.

“Dat is het ook”.

Hoe we in verbinding staan met de mensen om ons heen heeft veel te maken met hoe we dat ooit zo goed hebben geleerd. Wanneer we klein zijn leren we aanraking door het aanraken van onze huid, woorden hebben we immers nog niet. Later leren we er woorden aan te geven. Wanneer we ooit zo hard zijn gekwetst zoals hij gekwetst werd, nemen we het besluit niet meer geraakt te willen worden in het hart. Soms leren we afweren met woorden, soms vallen we stil. Bij beiden komen we in een isolement.

Zijn vader hoort bij het gezin, ook al was hij er nooit. Maar door hem volledig buiten te sluiten komt hij niet tot rust en blijft hij zoekende. In elk systeem (denk aan je werk in het team, organisatie en families) hoort iedereen erbij. Wanneer iemand er niet meer bij mag horen ontstaat er binding in plaats van verbinding. Dat wat er niet mag zijn bepaalt de dynamiek, zoals hier gebeurde met het uitsluiten van zijn vader, om vervolgens het pad van zijn vader te volgen. Het pad van buitensluiten.

Dit zie je terug in het aangaan en afsluiten van privé relaties maar ook op zijn werk in het uit de weg gaan van echt contact met zijn collega’s. Hij neemt nergens echt plek in omdat hij zijn plek in het gezin niet kende, als zoon die verlaten was door zijn vader. De prijs die hij ervoor betaalt is eenzaamheid.

Daarnaast nam hij de plek in van zijn vader. Hij was de kleine, het kind, maar werd de grote, de vader. Hij zorgde voor zijn moeder en ging tegelijkertijd boven zijn vader staan. Hierdoor verloor hij zijn plek als kind. Dit zie je nu terug in zijn relaties, waar hij ook boven gaat staan. Hij bepaalt wanneer het contact interessant genoeg is, wanneer het klaar is en hoe er wordt afgesloten.

Nu hij ziet dat hij het pad van zijn vader bewandelt kan hij een andere keuze maken en vanuit daar opnieuw leren hechten en echt de verbinding aangaan, zowel privé als in het werk.