Hi!

Dank je wel dat je mijn blog leest. Mijn naam is Sharon en ik wil graag waarde aan je leveren door mijn ervaringen met je te delen. Blogs over lijfgericht werken, systemisch werk, manifesteren en het beste uit jezelf en je business halen. Vergeet je niet in te schrijven om op de hoogte te blijven van mijn nieuwe blogs!

Inschrijven nieuwsbrief

Hoe het uit de weg gaan van rouw je brengt bij boosheid

Ik mis je, ik mis je, ik grijp je, ik gris je, ik wil je, bespeel je, ik roer en beveel je, om bij me te blijven, in donkere nachten, om niet meer te smachten naar jou

~ Maaike Ouboter ~

“Werk je ook met paniekaanvallen?”, hoor ik een jonge stem vragen door de telefoon.

Even later loop ik met een prachtige lange jonge blonde dame door het bos. Tijdens mijn coachgesprekken wandel ik altijd, zodat we letterlijk meer ruimte hebben om te voelen waar het echt over gaat. Met open ogen kijkt ze mij aan. Nog wat onwennig in haar lijf loopt ze met voorzichtige maar voorwaartse tred met mij mee. Zoekend en dwalend door het landschap van rouw.

Ze is direct heel geïnteresseerd in mij. Liefdevol stelt ze mij vragen over wie ik ben en over mijn vak. Als ik tussen al deze vragen door haar een vraag wil stellen, krijg ik een lieve glimlach van haar terug maar gaat ze gestaag door met haar vragen aan mij. Stil staan is er nog even niet bij.

Langzaam vertraag ik dan toch mijn pas, om haar lichaam in een ander bewustzijn te brengen. “Je waarschuwde mij hier al voor”, zeg ik haar. “Voor wat”? “Dat als ik niet zou opletten jij vooral mij dingen zou vragen”, zeg ik. “Van wie heb je zo goed leren zorgen”?, vraag ik haar. “Van mijn moeder”, zegt ze. Op een rustige maar verlangende manier van gemis zegt ze, “Zij zorgde altijd heel goed voor mij”.” Ze was er altijd voor mij”. “We konden over alles praten”. Haar ogen slaan neer. Ze vertelde mij aan de telefoon dat haar moeder 3 jaar geleden is overleden na een lange strijd. En dat ze de laatste tijd paniekaanvallen heeft, waar ze zich geen raad mee weet.

Als we verder wandelen vertelt ze over haar gezin, haar liefde voor haar moeder en de andere band die ze met haar vader heeft. “Lijk je op haar”, vraag ik haar. “Ja heel erg”. “Heb je een foto van haar bij je”? “Ja” zegt ze, en ze haalt direct een foto tevoorschijn. Het ontroert me dat ze haar moeder overal met zich meedraagt. Niet alleen in haar verhalen. Ik kijk de foto van deze dappere vrouw aan die zo heeft gestreden voor haar jonge gezin. Het raakt mij ook, ik ben zelf moeder en het idee om mijn dochter zo jong achter te moeten laten geeft een rilling door mijn lijf. Ik besef me dat ik alleen via mijn eigen rouw ook bij haar rouw kan komen. En dan heb ik nog een diepe teug adem te halen, want ook mijn moeder strijd al lange tijd tegen deze verschrikkelijke ziekte en is op dit moment volop aan het strijden.

“Wat doe je het dapper, omgaan met het verlies van je moeder”, zeg ik haar. “Ja” zegt ze, “het is niet anders, en mijn moeder wilde graag dat ik gelukkig zou zijn”. “Ze was zelf ook altijd heel positief tot het einde aan toe”. “En het moet toch, het is niet anders”, zegt ze nog een keer. Intussen lopen we nog met flinke stappen door het bos. “Dat kan je heel goed, naar voren toe”, zeg ik haar. “En hoe zit het met stilstaan”. “Dat kan ik ook, ik heb al heel veel gehuild”, zegt ze. “Fijn” zeg ik haar, “ want in het stilstaan voel je de leegte van de rouw”. “Van het voor altijd niet meer zijn van je moeder”. “Hoe rouw jij”?, vraag ik haar. “ Soms huil ik kort, soms lang” zegt ze. “En mag het er helemaal zijn”? Ergens door haar verhalen heen hoor ik een tweestrijd. In woorden hoor ik dat ze naar het verdriet toegaat maar haar lijf vertelt mij anders. Op een ander moment spreekt ze zichzelf tegen als ze zegt, “het heeft al veel te lang geduurd”. De woorden van haar moeder komen continue bij mij op. Ik wil dat je gelukkig bent.

Even later staan we bij het water. “Ik begrijp mijn paniekaanvallen gewoon niet zo goed”. “Ik deed voorheen alles, als ik naar mijn vriendinnen kijk, denk ik, ik wil dat ook, maar ik ben nu zo op een andere plek”. “En dat is ook zo”, zeg ik. “Je kunt pas loslaten als je het eerst hebt vastgepakt”. Ik vraag haar symbolen uit te zoeken in de natuur, voor het leven, de dood en haar moeder. Ze legt ze zorgvuldig op de grond. En dan vraag ik haar om zelf plek in te nemen. Ze blijft naar het leven kijken, naar de energie die het leven geeft. En zet dan een stap naar haar moeder. “Hier voel ik mij fijn”. “Ik wil wel naar de levensenergie toe, maar ik kan het nog niet”, zegt ze. “Waar zou je verraad aan plegen als je dat zou doen”?, vraag ik haar. Haar ogen vullen zich met tranen, de tranen van het meisje die het leven heeft gekregen van haar moeder. “Aan het dichtbij zijn van mijn moeder” zegt ze dan. “Wat gebeurt er als je het leven meer zou opzoeken”?, vraag ik haar. “Dan ga ik door en laat ik haar achter” zegt ze zacht. En dan is het even stil. Al heel snel laat het leven haar in vol ornaat zien. Een grote groep hartlopers van de legerbasis komt vol energie voorbij en kijken haar in haar gezichtsveld aan. En zij kijkt terug naar iets wat ooit zo gewoon was. Zo dicht staan dood en leven bij elkaar.

“Hoe zou het zijn om je moeder te vertellen dat je verder gaat met het leven en je haar lot bij haar laat”, vraag ik haar. Ik zie haar gezicht wit weg trekken. Haar ogen vullen zich met tranen en haar lichaam verzet zich tegen dit verraad. “Nee dat kan ik niet”. “Dat is moeilijk he” zeg ik haar. “Alsof je haar in de steek laat”, zeg ik. We staren naar het water wat voorbij kabbelt en haar blik blijft gericht op haar moeder. Ik raak haar arm zacht aan, “Probeer het maar eens………”. Met de liefde van een dochter en een bonkend hart van tweestrijd vraagt ze haar moeder toestemming….

Drie weken later tref ik haar aan in een prachtig natuur gebied. Ik snuif de heerlijke lentegeuren van deze dag in. Maar naast mij loopt een jonge vrouw die ongeduldig is en boos. Na onze laatste sessie ging het heel goed met haar maar haar angst is weer terug gekomen. Als ik haar een vraag stel reageert ze wat geïrriteerd. “Mijn moeder zei mij positief te blijven”, en het is nu al drie jaar geleden dus het moet wel een keer voorbij zijn dat verdriet”. “Ik denk dat je moeder onwijs trots op je is, hoe je het allemaal doet”. “En dat ze er nog steeds voor je is”. “Leuk dat ze zo trots op mij is, maar.. “ “Eigenlijk wil je gewoon dat ze er is om er hier voor je te zijn”, vul ik voor haar in. “Ja toch!” “Ja” zeg ik, het is gewoon heel oneerlijk”. Ja, zegt ze, en haar wangen lopen wat rood aan.

Ik zie de boosheid in haar huizen, een boosheid die er tegelijkertijd niet mag zijn. Ik zie het in haar hele lijf en in de blik van haar ogen. Maar ik zie ook haar voorzichtigheid in het boos zijn. “We kunnen hier van alles bedenken tijdens deze wandeling, maar eigenlijk is het gewoon heel k.. dat je moeder er niet is”, zeg ik haar om te benoemen waar haar hart om schreeuwt. “Ja maar ja, dat is nu eenmaal niet zo”, zegt ze. In haar woorden draait ze het positief, maar haar lijf verraad haar magazijn van onmacht, die steeds meer vol raakt.

“Ben je wel eens echt boos”? “Nee niet echt”. “Behalve dan laatst, toen was ik echt boos op mijn vriend”. “Dat was niet ok”. “Zo werkt dat met magazijnen, als de opslag vol zit gaat de laatklep open”. “Ja maar het is niet ok”, verdedigt ze. Ik bespeur een gevoel van onzekerheid wat gaat over onvoorwaardelijkheid. De vragen “Mag ze er zijn in haar volle boosheid”? “Of nemen alleen moeders je in je volle zijn “?, komen in mij op.

“Ik moet het nu toch alleen doen” zegt ze dan ineens. “Terwijl jouw moeder eerst voor jou zorgde”, vraag ik haar. “Ja” zegt ze en ze slikt haar verdriet weg. Ik zie haar pijn en gemis in haar hele lijf. Ze wordt weer even heel klein. “Ik ga mijn vriendinnen uit de weg omdat ik niet wil dat ze mij zo zien”. “Dadelijk denken ze, daar heb ik geen zin in.” “En dat herinnert je aan de onvoorwaardelijke liefde van je moeder”, zeg ik haar.

“Ik wil gewoon van die angst af”, zegt ze ongeduldig. “Ja dat begrijp ik”. “Voel je waar de angst over gaat”? “Ik ben bang weer een paniekaanval te krijgen”. “Ja” zeg ik, “en ik denk ook dat je nog meer bang bent om het alleen te moeten doen”. “Zodat je angst ontwikkelt voor de angst die ooit gaat komen, en die alleen te moeten opvangen”. “Angst om het leven alleen aan te gaan”. “Je hebt jezelf weer opnieuw uit te vinden”. “Je staat voor de opdracht om je te begeven in een nieuwe wereld, waar je moeder er niet meer is en tegelijkertijd maakt ze er zo’n groot deel van uit”.

“Je beloopt het pad van je moeder”. “Het pad van positiviteit terwijl dat niet jouw emotie is op dit moment”. “Jouw emotie lijkt nu eerder verdrietig en boos te zijn”. Terwijl ik haar dat uitleg staan we voor een trap. Een mooie metafoor, want precies op dat punt blijven we stil staan. “Mag ik je een opdracht geven zeg ik haar, zodat je weer vanuit het dal kunt gaan opklimmen”?

Ze kijkt mij vragend aan. “Schrijf een boze brief aan je moeder en gooi er alles uit”. “En schrijf daarna een brief aan je vriendinnen en vertel ze dat ze nooit de rol van je moeder kunnen invullen, omdat ze nooit zo onvoorwaardelijk van je zullen houden zoals alleen je moeder dat kon”. “En dat dat heel veel pijn doet, maar dat je wel heel graag naar hun liefde en nabijheid verlangt”. “Het doet alleen zo pijn omdat het je herinnert aan het gemis van je moeder”. Maar vertel ik haar, “rouw is een unieke tocht die vraagt om liefdevolle aandacht waarin we ons gedragen kunnen voelen door anderen en we ons kunnen inbedden in het grotere geheel”. “Rouw is de achterkant van liefde, en hoort hoe pijnlijk ook bij het leven”.

En dan lopen we de trap omhoog op weg naar de lange brug….de brug die geslagen wordt tussen ooit en nu.

Een paar dagen later ontvang ik een bericht…dat er een last van haar schouders is gevallen door een hele boze brief te schrijven….ze hoeft niet meer alléén maar gelukkig te zijn….

Ach leer mij de achterkant van liefde te bewonen Leer mij rouwen De snik van eenzaamheid Met hart en hand te tonen Net als mijn lijf weet van geur bij zee en strand De hemel en de einder als een overkant De roep van de vogels zelfs op een donkere decemberdag Het klinkt als een roepende heldere lach Dit is het wezen van het bestaan De dingen die niet overgaan

~Wibe Veenbaas ~

Bij overlijden is onze ziel ten diepste geraakt en beschermt zich tegen de vloedgolf aan emoties. Zoals deze jonge vrouw dat doet door niet boos te zijn. Maar het is een weg die niet te ontkomen is. Niet voor haar zelf en niet voor de boodschap die ze aan het uitdragen is voor haar moeder. Positief blijven en genieten van het leven. Maar het lijf vertelde haar verhaal. Waar de liefde tussen moeder en dochter stroomde, stroomt nu de rouw. Ze draagt alleen haar wens zo voor haar moeder uit, dat hoofd en hart, verstand en gevoel niet meer kunnen samenwerken, ze zijn elkaar kwijtgeraakt.

Wanneer je met een groot verlies te maken krijgt kun je het vaak niet begrijpen. Het wil niet tot je doordringen. Voorzichtig dringt de waarheid tot je binnen. In dit geval een eeuwige waarheid, haar moeder komt niet meer terug en dat zorgt voor de angstaanvallen. Om verder te kunnen heeft ze betekenis te geven aan de dood van haar moeder en de stap te maken terug naar het hier en nu. Om dat te kunnen doen heb je afscheid te nemen van het verleden en terug thuis te komen in je ziel. En dat kost tijd en soms ook de permissie om heel boos te mogen zijn. En dan ontstaat er een nieuw pad. Het ontstaat door er op te lopen. Het litteken blijft zichtbaar, het hoort nu bij haar. Ik kende haar niet voor het overlijden van haar moeder. Maar haar verlies heeft haar gemaakt in wie ze nu ten diepste is. En vanuit deze plek, deze nieuwe wereld ontmoet ik haar. En wat een bijzondere vrouwen mag ik hier ontmoeten, haar en de vrouw die haar het leven heeft gegeven.