Hi!

Dank je wel dat je mijn blog leest. Mijn naam is Sharon en ik wil graag waarde aan je leveren door mijn ervaringen met je te delen. Blogs over lijfgericht werken, systemisch werk, manifesteren en het beste uit jezelf en je business halen. Vergeet je niet in te schrijven om op de hoogte te blijven van mijn nieuwe blogs!

Inschrijven

Waarom het makkelijker is voor een ander te zorgen dan voor jezelf

Wat je moeder zingt als je in de wieg ligt, draag je mee tot aan je graf

Terwijl de koffie staat de pruttelen hoor ik de deur opengaan. Ik loop naar de deur en zie daar een sprankelende jonge dame. Ze is enthousiast en tegelijkertijd zie ik ook wat spanning in haar gezicht.

Voor de masterclass Persoonlijk Leiderschap schrijft ze mij een brief uit het hart. Ze wil graag meer voor zichzelf zorgen in plaats van voor anderen en ze wil graag minder onzeker zijn. Ze is bang om door de mand te vallen en dus houdt ze zich groot. En terwijl ze nog maar net binnen is, is ze al volop in gesprek met anderen. Een grote glimlach vergezelt haar en alle warmte die ze te geven heeft geeft ze in een minuut weg.

Als we gaan zitten om onszelf voor te stellen vertelt ze mij dat ze 45 is. Even denk ik het niet goed te horen, en vraag het haar nog eens. “Hoe oud ben je”? “45”, zegt ze trots. Ik had haar ergens begin dertig geschat. Nieuwsgierig kijk ik haar aan.

Wat maakt dat ze zo jong lijkt?

Tijdens het kennismakingsrondje duiken we direct de diepte in. Een aantal deelnemers vinden deze diepte best spannend. Ze kijkt goed om haar heen. Je zou kunnen zeggen dat ze vanuit noodzaak voor de deelnemers om haar heen zorgt door er een aantal bemoedigende woorden toe te spreken, zoals een moeder kan doen bij haar kinderen.

“Je weet goed voor een ander te zorgen” zeg ik. “Ja dat kan ik heel goed”. “Maar ik weet ook wanneer het niet hoeft”. “Waar heb jij zo goed leren op letten”?, vraag ik haar.

“Thuis”. “Mijn moeder wist niet hoe het moest, mijn vader ook niet, en mijn broer al helemaal niet”. Dan kijkt ze weg naar beneden, weg van de ogen die haar aankijken. Ik herinner mij haar woorden in haar brief. ‘Ik wil niet door de mand vallen’. Wat maakt het voor jou spannend om je verhaal te vertellen in contact met anderen? “Dat weet ik niet goed”, zegt ze. “Wat zouden ze zien”? “Wie ik echt ben”, denk ik.

“Welke rol heb je thuis opgepakt?” “Van mijn ouders”, zegt ze verlegen. “Wat heeft het je opgeleverd om het zo te doen?” “Niets”. “Toch wel”, zeg ik haar, “anders had je het niet gedaan”. Ik leg haar uit dat wij alleen iets volhouden als het ons iets oplevert. Al lijkt het nu niet altijd even logisch omdat het vanuit een perspectief is van een jong meisje. Even wordt het stil. Maar lang stil mag het niet zijn, zeker niet als je zo gewend bent om leider te zijn.

“Dat alles door ging binnen het gezin”, zegt ze dan en recht haar rug.

“Wat heeft het je gekost om leider te zijn binnen je gezin terwijl je nog een kind was? “ Ik ben mijn vrijheid kwijt geraakt”. Dan kijkt ze mij even aan. “Mag je wel eens spelen”? vraag ik haar? “Nee niet vaak, ik weet niet zo goed hoe dat moet.” “Hoe doe je dat met mij”, vraag ik haar? “Dat weet ik niet”. “Kan je iets aannemen van mij”? “Dat is nog niet zo makkelijk”, zegt ze. “Dat merk ik”. “Als ik je iets aanreik wil je ergens de touwtjes in handen nemen door er ook even iets naast te leggen”. Ze kijkt mij aan en knikt. Haar lijf beweegt op en neer als de verwarring intreedt.

“Hoe is het voor jou om bang te zijn?” “Dat ben ik eigenlijk nooit”, zegt ze met een zachte, wat kinderlijke stem. Haar gezicht wordt jaren jonger. “Hoe oud ben je nu terwijl je dit zegt?” “Jong zegt ze, 7”. “En wie is er nooit bang, dat kleine meisje of de dame van nu?”

Ze slikt, “het meisje, maar dat is niet zo, ze is het wel maar mag het niet van mij zijn”. “Wat verdrietig”, zeg ik. “Ja” en zachtjes begint het kleine meisje te huilen. Ik vraag haar om diep in en uit te ademen om in het hier en nu terug te komen. ”Wil je de foto erbij pakken van dat kleine meisje”. “Wat zie je”? “Dat ze zich alleen voelt”. “Wat zou je tegen haar willen zeggen?” vraag ik haar. Tranen rollen over haar wangen. “Dat ik haar dapper vind en dat ze er mag zijn”. En dan zie ik het meisje die ik eigenlijk al de hele tijd zie, niet die van 45 maar een klein meisje die niet werd gezien.

Er is weinig plek om bang te zijn voor kleine meisjes die ooit zo hebben besloten om de rol van beide ouders op te pakken, zeg ik haar. Ze knikt en trekt haar schouders wat omhoog. “Ooit zo besloten om niet meer geraakt te worden”. “Maar dat is niet gelukt” zegt ze. “Nee dat geloof ik”. “Er zijn weinig garanties in het leven, maar geraakt worden is er een van”, zeg ik haar.

Daar waar je ooit besluit niet meer geraakt te worden door verdriet voel je ook niet meer de andere kant. Dat is de prijs die je ervoor betaald. Raken heeft twee zijdes van de medaille. Je verliest ook het vrij zijn. Niet alleen vrij naar jezelf maar ook naar anderen om weer echt in contact te staan in plaats van te zorgen of moederen over de ander. Daarmee krijgt de ander ook meer ruimte.

Ik vertel haar mijn verhaal over een klein meisje die voor haar gezin zorgde en de rol van leider op zich nam binnen het gezin. Een klein meisje met sproetjes die lijm en stroop was en een gesprekspartner voor iedereen. Maar het lukte uiteindelijk nooit helemaal. Zelfs op de dag van vandaag raak ik soms nog even in paniek als ik het niet kan fixen, ook al is dat niet mijn taak. En dan heb ik leren bang te zijn om het te laten zoals het is. Want bang, dat had ik nooit geleerd.

“Zullen we eens een klein onderzoekje doen”, vraag ik de groep. “Sluit je ogen maar en leg je handen op je buik en hart”. “Volg je ademhaling”. “Pas als je adem rustig is en je dicht bij jezelf kunt blijven ga je rondlopen en stop je voor iemand in stilte”. “De opdracht is in verbinding met jezelf te blijven en de ander, zonder jezelf te verliezen of voor de ander te zorgen”.

Terwijl iedereen aan het afronden is zie ik haar nog zorgen voor de ander. Ze knijpt met bemoedigende ogen naar de ander en ergens zou je kunnen zeggen stelt ze zich ook boven de ander door de leiding te nemen en niet gelijkwaardig in de oefening te staan. Ik de grote, zij de kleine. Heel haar lichaam richt zich op de ander. Weg van haar eigen interne grens. Kleine bewegingen verraden haar verhaal. Niet alleen haar ogen die de ander vertellen dat zij voor haar zorgt maar in elke beweging maakt ze de beweging weg van zichzelf. Weg van haar lijf maar ook van haar hart.

“Hoe gaat het hier”? Ik krijg een knik als teken dat het goed is en ze klaar zijn. “Mmm, zeg ik, waar ben je”? “Ben je aan het zorgen voor jezelf of de ander”? Nog even werkt ze hard om sterk te zijn maar dan nemen haar emoties het over.

Ik haal een andere deelnemer erbij en zet deze naast de deelnemer tegenover haar. Oog in oog met haar vader en moeder. Ik vraag haar de zinnen uit te spreken, “jij bent de grote, ik ben de kleine”. “Jij bent mijn moeder, ik ben jouw dochter.” Haar adem stokt, en haar nek kleurt rood. Ik leg mijn handen op haar rug, als steun van een moeder. Zodat haar lijf kan opslaan hoe het voelt om gesteund te worden in plaats van te steunen. En vraag een andere deelneemster haar bekken vast te houden zodat ze het niet alleen hoeft te doen. Ze slikt haar woorden weg. Een hele klus om van leider weer kind te worden. Voorzichtig vertrouwt ze haar moeder de woorden toe. Prachtig in contact met zichzelf. Dan vraag ik haar dezelfde woorden te zeggen tegen haar vader. Ik zie dat haar keel stokt. “Daar wordt het lastiger”, klopt dat? Ja, zegt ze. “Mmm, ja ik zie het, neem maar je tijd”. Ze is hard aan het werk, prachtig werk, eindelijk ruimte om terug naar huis te gaan. Bij de woorden naar haar vader, mag ze weer kind worden.

Daarna pak ik een grote boomstam en geef haar die in haar handen als symbool voor alles wat ze heeft gedragen binnen het gezin. En vraag haar het lot van haar ouders terug te geven zodat zij haar leven kan gaan leiden, als kind van haar ouders en volwassen vrouw nu. Even komt de ouder in haar naar boven en zegt snel, “dan moet mijn broer er ook bij”. Plagend zeg ik haar dat de leider in haar even iets anders mag gaan doen. Ze bloost en zie dat ze in haar hele lijf voelt dat ze het kan loslaten als ze de zware taak aan haar ouders teruggeeft. Ik vraag aan haar ouders haar te vertellen dat het niet haar taak is maar dat het iets is tussen haar ouders. En dan zie ik rust en zachtheid in haar gezicht. De behoefte van het kleine meisje in deze volwassen vrouw, dat weer getroost en aangeraakt wil worden. Loslaten van de magische taak die ze ooit zo op zich heeft genomen.

Een diepte zucht neemt plaats in haar ontspannen lijf. “Dit was zwaar, maar nodig”… En dat is het ook….

Wanneer je zo jong de rol van je ouders op je hebt genomen ken je leiderschap heel goed. Lidmaatschap daarentegen is een grotere uitdaging. Je vertrouwt niet op de ander en ergens kun je ook niet vertrouwen op jezelf omdat je niet alleen je ouders hebt buitengesloten maar daarmee ook een deel van jezelf. Daarnaast ben je zo gericht op de ander vanuit een oud patroon om te helpen dat echt verbinden vanuit een gelijkwaardig contact een hele uitdaging is. Door deze magische taak vanuit het oude nest op je te blijven nemen kun je weg blijven bij jezelf. Bij je oude wonden en bij je eigen interne grens. Vaak zeggen mensen “ik vind het gewoon heel fijn om voor een ander te zorgen” en dat is waarschijnlijk ook zo. En tegelijkertijd blijf je weg van de pijn van het gemis. Het gemis van ooit….