Hi!

Dank je wel dat je mijn blog leest. Mijn naam is Sharon en ik wil graag waarde aan je leveren door mijn ervaringen met je te delen. Blogs over lijfgericht werken, systemisch werk, manifesteren en het beste uit jezelf en je business halen. Vergeet je niet in te schrijven om op de hoogte te blijven van mijn nieuwe blogs!

Inschrijven

Wanneer je sneller en slimmer bent dan je collega's

Het is nog vroeg in de ochtend wanneer hij de ruimte binnen komt lopen met grote passen. Ik zie aan zijn lijf dat hij niet voor niets zo vroeg is gekomen. Hij heeft zich ingeschreven voor de opleiding omdat hij graag de dingen zelf doet en taken niet uit handen kan geven omdat hij hetzelf beter en sneller kan. Hij voelt zichzelf slimmer dan de ander. En tegelijkertijd is hij zo zoekende in het leven.

Voor mij staat een man met zorgvuldig gekozen woorden. Alsof hij in deze voorzichtigheid niet aangeraakt kan worden en zichzelf zo beschermt tegen de invloeden van de ander. Zijn lijf wisselt af tussen voorwaarts en achterwaarts in het in en uitstappen van het contact. Zijn ademhaling is ingehouden. Een hartelijke man met een teruggetrokken hart. De woorden die hem hebben vergezelt de afgelopen dagen waren vooral wijzend, misschien zelfs wel aanvallend. Hard aan het werk om op zijn plek te blijven en niet geraakt te worden. Daar op die plek was hij alleen.

‘Wat fijn dat je er al zo vroeg bent’, zeg ik hem. ‘Tijd om rustig je plek te vinden voordat alles weer begint’, zeg ik. ‘Nou dat valt wel mee’, zegt hij dan. Ik glimlach. ‘Of ben je hier niet zomaar zo vroeg?‘ vraag ik hem.

‘Ik merk dat ik niet makkelijk iets kan aannemen’, zegt hij dan resoluut. ‘Precies zoals je dit in dit korte gesprekje doet?‘, bedoel je?

Even veranderd er iets in zijn houding. Ik zie iets verward, maar al snel recht hij zijn schouders. ‘Wanneer ik iemand niet goed kan peilen is het voor mij over’. ‘Dan is het voor mij een gedane zaak’.

‘Wie is jouw superheld?’ vraag ik hem? ‘Helden?’ ‘Die heb ik niet, en ook nooit gehad’, zegt hij. ‘Dat vermoeden had ik al’, zeg ik. Laat ik het anders vragen. ‘Wie begrijpt volgens jou het leven?’

‘Marther Luther King’, zegt hij dan. Ik denk aan Marther Luther King, en ik bedenk me dat het mooi aansluit bij zijn woorden van de afgelopen tijd over wat juist is en wat niet. ‘Hij vecht voor het recht en onrecht’, zeg ik hem. ‘Ik herinner mij een citaat’, zeg ik hem.

“Oproer is in wezen de taal van hen die niet gehoord worden”.

‘Waar brengt deze zin jou?’, vraag ik hem? ‘Bij mijn boosheid en onmacht’, zegt hij. Ik merk dat ik het prettig vind om hem even te mogen zien zonder masker. Het lucht mij ook wel op om even niet scherp te hoeven zijn. Ook ik ontspan mijn schouders.

‘Welk onrecht ken jij zo goed?’, vraag ik hem? ‘Dat weet ik niet’, en hij kijkt mij fronsend aan. ‘Misschien moet ik de vraag anders stellen’, zeg ik. ‘Waar heb jij zo hard moeten vechten om echt gehoord te worden?’ ‘Voor mijn moeder’, zegt hij dan. ‘Dus eigenlijk ben je zo hard aan het vechten met je moeder in deze opleiding?’ Even raakt hij geïrriteerd. Want van een vrouw je kwetsbaarheid aannemen is nog een stap te ver. Toch vecht hij zich hier doorheen en zegt dan… ‘Ja dat denk ik wel, ze was niet bereikbaar’. ‘Ze was altijd ziek’. ‘Ze was haar leven lang in en uit de kliniek en mijn vader was er niet’. ‘Hij was veel onderweg voor zijn werk en als hij er wel was, dan was hij er emotioneel niet’. ‘Er was niets meer tussen mijn vader en moeder’, zegt hij met een bepaalde boosheid in zijn stem.

In gedachten schiet ik even terug naar het “gevecht” wat er elke keer is met hem als ik iets vraag of zeg in de opleiding. Per definitie is iets niet waar of trekt hij het in twijfel.

‘Wat zal het lastig voor je zijn om iets van anderen aan te nemen’, zeg ik hem. ‘Zonder het gevoel te hebben het zelf beter te weten’. ‘Je moeder wist het niet en je vader was emotioneel uitgestapt’. ‘Nou ja als je het zo brengt wel ja’, bromt hij dan nog een beetje na.

‘Wat gebeurt er nu in het gesprek met mij’, vraag ik. ‘Nou dan vraag ik mij af of het allemaal wel klopt’. ‘Dat is helemaal niet zo erg’, zeg ik. ‘Goed om te checken of het klopt voor jou’. ‘En naast het afvragen zie ik ook een klein gevecht’, klopt dat? ‘Ja dat klopt’, en even lacht hij. ‘Ben je meer in gevecht met de inhoud of met mij?’, vraag ik hem. ‘Met mijzelf en met jou’, zegt hij dan wegkijkend.

‘Hoe lijk je hierin op je vader?’, vraag ik hem. ‘Hoe bedoel je dat?’ zegt hij? ‘In hoeverre sta jij open voor de ander en hoe ga jij met jouw emoties om?’, vraag ik hem. Hij trekt zijn wenkbrauwen omhoog en zijn adem stokt. ‘Ik sluit mij ook af, ik trek mij ook terug in mijn wereld’, zegt hij dan. ‘Jongens nemen vaak het voorbeeld aan van hun vaders, zoals meisjes dat doen van hun moeders’. ‘Onbewust’. ‘Zijn weg werd jouw weg’, zeg ik. ‘De weg naar jouw moeder is via jouw vader’, vul ik aan. En dan is het stil.

‘Wat is de winst om je moeder buiten te sluiten?’ ‘Dat ik de pijn niet hoef te voelen’, zegt hij dan. ‘Ik hoef dan de teleurstelling niet te voelen dat ze er niet voor mij was’. ‘En dat was mijn vader ook niet’. Samen halen we diep adem. Ik voel de kleine man in hem bij deze oprechte kwetsbare woorden. Samen kijken we uit het raam over de weide en de nevel die dwarrelt als woorden en herinneringen die neerdalen.

Boos in zichzelf gekeerd stapt hij uit ons contact. ‘Volgens mij ben je niet alleen teleurgesteld maar ook pislink’, klopt dat? Dan komt hij weer terug in het contact. ‘Ja best wel’, stemt hij toe.

‘Wat zou het je brengen als je jezelf toestemming geeft een beetje op je vader te mogen lijken in plaats van boos op hem te blijven?’ ‘Dan hoef ik het niet allemaal meer alleen te doen’, lacht hij voorzichtig. Zijn gezicht ontspant. ‘En hoe dubbel het ook klinkt’, zeg ik, ‘je hoeft zijn leven dan ook niet te leven’. ‘In de boosheid bind je jezelf aan het afsluiten van de emoties’. ‘In het loslaten van de boosheid verbind je je met jezelf’.  ‘Ook met de ruimte en liefde die er is’. ‘En is er weer ruimte om je eigen leven te leiden’, sluit ik af.

‘Om het leven zelf te gaan leiden is het ook belangrijk om de dualiteit van het leven te zien’. ‘In het afsluiten van je emoties, zoals jullie dat beiden goed kunnen, zit ook een duiveltje die je iets brengt’. De uitspraak van Jung sluit daar zo mooi bij aan; Liever een heel mens dan een goed mens.

Halverwege de dag nodig ik hem uit voor een oefening. Ik geef hem een speer in handen. Tegenover hem zet ik een man, zijn vader. Ik moedig hem aan te voelen wat er gebeurt in zijn lijf. ‘Het voelt goed zegt hij om de speer in handen te hebben, maar ook weer niet’. ‘Wat is de eerste beweging die je wilt maken?’ vraag ik hem. Even aarzelend maar vervolgens daadkrachtig geeft hij de speer terug aan zijn vader. En dan zucht hij diep. ‘Deze is van jou’, zegt hij en buigt zijn hoofd licht. ‘Mooi’, zeg ik. Dan zet ik zijn vader naast hem. En geef hem de opdracht om vandaag naast zijn vader te blijven lopen. En telkens wanneer hij de speer over wil nemen, diep adem te halen en weer op de juiste plek van zoon te gaan staan. En naast zijn vader te groeien als man. En als hij boos is het duiveltje in hem op te roepen en aan te geven dat hij boos is. Je kunt nu eenmaal pas iets loslaten laten als je het hebt vastgepakt.

Gaandeweg de dag vraag ik hem hoe hij zich voelt. ‘Onwennig’, zegt hij, maar ik hoef even niet zo hard te werken om alles beter te weten. En hoe lukt het je om naast een goed mens ook een heel mens te zijn, vraag ik hem. ‘’ Dan heb ik het nodig om mij even terug trekken om dat te kunnen’. Mooi zeg ik, ben dan maar een god en duivel in een en neem de tijd die je voor jezelf nodig hebt.

Later in de opleiding zet ik zijn moeder tegenover hem en zijn vader naast zijn moeder. ‘Nog een laatste opdracht’, zeg ik hem. ‘De oefening is heel eenvoudig en dapper tegelijkertijd’, zeg ik. ‘Durf echt aanwezig te zijn’. ‘En voel maar wat er in je lijf gebeurt’. ‘Adem maar door’, moedig ik hem aan als hij zijn kaken strak zet. ‘En vraag ze maar’, ‘willen jullie mij vandaag de weg wijzen?’ Diep geroerd neemt hij de opdracht aan. Het ontroerd mij dat deze grote man weer groots mag zijn op de plek van de kleine.

Tijdens de dagen die volgen zie ik hem steeds minder strijden en voorzichtig het contact opzoeken met de ander. ‘Je vertelde mij dat je het altijd beter wist en tegelijkertijd zo zoekende in het leven bent’. ‘Hoe is dat nu?’, vraag ik hem.

Steeds minder weet ik het beter, zegt hij.

‘Mooi’, zeg ik, stap voor stap

 

Hoe we mensen vertrouwen heeft veel te maken met het gevoel van veiligheid. Is de kust veilig? Kan ik deze mensen vertrouwen of niet? Of kan ik alleen vertrouwen op mezelf? Snel een oordeel geven maakt de wereld om je heen een stuk overzichtelijker en ogenschijnlijk veiliger. Soms is het ook goed om snel te kunnen oordelen omdat het in een aantal situaties van belang is.

Als kind was dit helpend voor hem. De wereld overzichtelijk maken in een gezin waar geen bedding was. Hij besloot om het zelf te doen. Hij stopte net als zijn vader met uitreiken. Diep van binnen was hij bang en boos.

Gaandeweg fuseerde hij met zijn vader in het afsluiten van zijn emoties. Vanuit deze fusie ontstond de afsplitsing met zijn moeder. Daar op dat stuk verharde hij. Daar werd de grens zo hard, dat er weinig ruimte meer was tussen zijn binnen en buiten grens.

Wanneer er pijn is en verwonding fuseren en splitsen we ons af. We zijn op zoek naar heling en herstel. En vaak ook compensatie. Wanneer we dit niet kunnen vinden bij de ouders stoppen we met uitreiken. Uitreiken naar onze ouders, maar ook naar onszelf en later de rest van de wereld. En hij vond een manier om te overleven.

Hij ging boven zijn ouders staan. Hij rechtvaardigde dit doordat hij zich slimmer en sneller voelde dan zijn ouders. Later werden zijn ouders de anderen in de wereld. Hij miskende de ander door niet open te staan, door het vaak beter te weten dan de ander. In het gezin voelde hij zich groter op de verkeerde plek, dat voelde fijn maar diep van binnen weet een kind dat het zijn plek niet is en liever kind wil zijn. Op zijn werk voelde hij zich vaak verheven gaf hij aan, maar ook hij wilde bij de groep van collega’s horen in plaats van zich af te zonderen.

Hij stapte in de voetsporen van zijn vader door zich af te sluiten. De weg terug naar zijn moeder om rust te vinden was via zijn vader. De weg naar binnen in het lijf, te voelen waar verdriet en boosheid zich huisde en durven voelen waar hij van weg ging. De weg terug naar verzachten van binnen. Naar zichzelf en de wereld om hem heen.